Het bloed kruipt waar het niet gaan kan. De passie van mijn papa bleek vorig jaar ook mij begeesterd te hebben, zodat ik dit jaar volledig vrijwillig koos voor wat velen een lastig keuzevak vinden: fotografie. Niets heerlijkers dan experimenteren en gaandeweg je camera beter onder de knie te krijgen. En laat dat nu exact zijn wat we mochten doen onder het vaderlijk vertrouwen van ervaren docent Jan Van Goidsenhoven.
Opdracht 1 was een zelfportret. Vastbesloten om de narcistische duckface te overstijgen, nam ik mijn toevlucht tot illustere voorbeelden zoals Vivian Maier.
De eerste (evidente) piste bij zelfportretten is werken met weerspiegeling (ah ja, hoe krijg je jezelf anders in beeld).

In het spoor van Jenny Saville denk je dan: er zit schoonheid in lelijkheid en vervorming is tof. Na een aantal experimenten met wasknijpers en elastieken kan ik bevestigen: niet alleen wie mooi wil zijn, moet pijn lijden, maar ook wie mooie foto’s wil maken.


Alsof mijn buren nog niet vreemd genoeg opkeken, besloot ik ook nog eens deze mevrouw te proberen evenaren in het record als een mongooltje tegen het raam kwijlen.

Als de grenzen van jezelf vervormen bereikt zijn, kan je alleen nog maar je beeld vervormen. Op analoge en digitale wijze leverde zo’n collage soms behoorlijke horrorbeelden op.


Uiteindelijk bleek een combinatie van overlapping en transparantie de perfect bevreemdende foto, de vergelijking met niemand minder dan Tom Callemin én een dikke vette 17/20 op te leveren.

Los van mijn camera teken en schilder ik ook heel wat zelfportretten bij elkaar.

2 gedachtes over “Smoelwerk”
Reacties zijn gesloten.