Ik was begonnen in ‘The History of American Graffiti’, wat een beetje een vreemde titel is, aangezien de pioniers zichzelf eerder “writers” noemden en graffiti als een beledigende term voor gekrabbel zagen. De late jaren 70 (1974-1979) waren erbarmelijke tijden voor New York, dat bijna failliet was en het slachtoffer was van zware criminaliteit. Er was een elektriciteitspanne die de stad in het donker hield, er zwierf een seriemoordenaar rond en The Bronx stond letterlijk in brand.

Maar het waren gouden tijden voor graffiti met tweede generatie writers als Blade en The Crazy Five, Lee (met zijn wholecar paintings) en de dakloze Iz The Wiz. Graffiti werd stilaan bekend bij een breder publiek door de media, de film ‘Death Wish’ en het boek ‘The Faith of Graffiti’. De plaats waar iedereen samenkwam was Central Park Bandschell. Het was in deze periode dat de characters ontstonden, meestal gebaseerd op de writers hun zelfportret of op comics, zoals die van Vaughn Bode.

Toen graffiti complexer en kleurrijker werd, begonnen mensen met voorbereidende schetsen in blackbooks. Deze dienden tegelijkertijd ook om tekeningen van graffiti artists waar je fan van was in te verzamelen. Als tegenreactie had je de haastig gemaakte throwups in twee kleuren, waarbij kwantiteit belangrijker was dan kwaliteit (al zouden deze later ook versierd worden met een schaduw of drips):
“A filled-in outline with no decorative frills, throwups were a way for writers to marry the coverage of a piece with the speed of a tag.”
In de jaren 80 werd duidelijk dat graffiti geen voorbijgaand fenomeen was. Hiphop, punk en new wave bands zorgden voor werken in opdracht. Fotojournalisten legden grote werken vast en zelfs rijke kunstverzamelaars begonnen interesse te tonen. Sommige writers werden echte celebrities. Die bekendheid was vooral te danken aan het succes van hiphop, waar graffiti, naast break dance, rap en DJen een deel van uitmaakte. In tegenstelling tot die andere vormen werd graffiti niet puur beoefend door de zwarte of latino jongeren, maar doorbrak het de grenzen van ras:
“It’s a myth that all the writers were black or Hispanic. It’s bullshit. The truth of the matter is that graffiti was multiracial. Black, Hispanic, white – you didn’t care, and the guys who did it came in all colors.” (T-KID 170)
Helaas werd ook geweld een verplicht onderdeel van de hiphop cultuur. Tunnels waren niet alleen gevaarlijk om gevat te worden door de politie, maar ook om beroofd of in mekaar geslagen te worden door andere bendes. De beruchte Ball Busters tolereerden niemand anders in de tunnel onder 137th Street in Harlem. Hun leider Big Moe kidnapte en martelde onwelkome passanten.

Naast andere writers beroven, werd verf ook vaak verkregen door winkeldiefstal, of in ruil voor een schets van een bekende writer. Het einde van de gouden tijden was in zicht. New York werd geteisterd door AIDS en crack, waardoor vele kunstverzamelaars stierven. Het tragische dieptepunt was dat verschillende zwarte jongeren werden doodgeschoten terwijl ze graffiti aan het spuiten waren.

5 gedachtes over “M2M dag 10: New York”
Reacties zijn gesloten.