Ik droom van een groter huis. Met opbergruimte voor de rommel die het leven met zich meebrengt. Een bad om de koude uit mijn verkleumde hartkamers te verdrijven. Een afwasmachine, het luxe-item dat onze relatie zal redden. Deuren, om mee te slaan en schoorvoetend terug op te kloppen. Maar vooral: met een man cave. Virginia Woolf introduceerde met A Room of One’s Own het idee van een ruimte voor vrouwen om ongestoord te kunnen werken. Ik wil een kamer speciaal voor hem, zodat ik de rest van het huis voor mij alleen heb.
Ik droom van een man cave.
Het is niet dat ik materialistisch ben. De meeste mensen verzamelen spullen tot hun huis te klein wordt om die allemaal te bergen. Dan gaan ze voor een groter huis, met nieuwe spullen om de nieuwe leegte te vullen. Een onstopbare groei in hebzucht. Ons huis is de kleinst mogelijke wooneenheid die nog voor een huis kan doorgaan.
Het is niet dat ik geërgerd ben. Zijn aanwezigheid wordt bijna overal geapprecieerd. In de te koude keuken, waar ik halverwege de trap begroet word met een kus en obligate kontgrabbel. In de te warme slaapkamer, waar hij mijn gesnooze tolereert en me een uur later alsnog uit bed schopt. Zelfs in de beschimmelde badkamer, waar het doorzichtige douchegordijn de enige mentale scheidingslijn is tussen hij die aantrekkelijk zijn lijf afdroogt en ik die iets minder aantrekkelijk maar hoognodig in de pot pers. Alleen de woonkamer is echt te klein. Niet voor de gezellige series – dan kruipen we graag nog dichter tegen elkaar aan. Zelfs niet voor de minder gezellige boeren en scheten die hij daarbij rondblaast en de neuskeutels en afgebeten nagels die ik rondstrooi. Wel om te schrijven.
Het is niet dat ik veeleisend ben. Een eigen bureau wil (kamer/meubilair). Schrijven kan ik overal. Het gaat niet om de oppervlakte. Alleen de stilte, die is essentieel. Het is namelijk moeilijk je eigen gedachten te horen (laat staan te ordenen) wanneer op maximum 2 meter boven, onder of naast je iemand: A. nerveus je muis kapot klikt in de levensbelangrijke queeste om stront kapot te schieten, B. niet meer bijkomt van het uitlachen van mensen die pijnlijk vallen op Dumpert of C. net niet voor een hartaanval zorgt als Arsenal de bal binnen trapt.
Alleen de stilte, die is essentieel.
En stilte kost geld. Tot we genoeg geld hebben voor meer stilte, zaag ik of hij zijn koptelefoon opzet en doet hij dat met een oogrollende zucht. Eens mijn hoofd geleegd is op mijn blad, doorbreek ik zelf de koptelefoonmuur om met een liefdevolle beet in zijn wang te laten weten: het kot is niet langer te klein.


Een gedachte over “A Room of One’s Own”
Reacties zijn gesloten.