Musea zijn als masturberen, doe ik liefst alleen. Op mijn eigen tempo superlang staren naar schoonheid en nieuwe impulsen laten inzinken. Pauzeren wanneer ik wil, voor het te overweldigend wordt. Even een taartje eten en dan met nieuwe energie weer verder doen.
Film of theater wil ik met minstens twee consumeren. Voor de nabespreking. Ik hou van wat me met een stomp tot in mijn navel achterlaat en nog lang nazindert. Sterke stukken die een radertje in gang zetten. Mijn wereldbeeld door elkaar schudden, me anders doen kijken naar de dingen.
Bij muziek heb ik een meute nodig. Voor het plezier. De anticipatie als de band opkomt. De appreciatie voor de overgave waarmee iedereen zich smijt. Het samen schreeuwen en onstuimig dansen. De voldoening als ik mijn favoriete nummer voel aankomen tijdens de bisronde. Maar ook het helemaal stil worden. Iets dat breekt vanbinnen. De ultieme live ervaring is adem die stokt, haren die rechtstaan en een lijf dat golft van genot.
Kunst is kritisch. Beter dan klaarkomen. En zodanig krachtig dat je ‘t met geen mondkapje monddood krijgt. Dus open die deuren en je mond. Ik kom graag en gretig.
“Kunst is zodanig krachtig dat je ’t met geen mondkapje monddood krijgt.”
Benieuwd geworden naar die musea en muziek? Ontdek via Instagram waar ik mijn inspiratie haal.

