Maak maar dat je zelf ‘t mooi weer maakt

“Je moet zelf ’t mooi weer maken,” predikt hij stoïcijns. “En goed flossen.” De tandarts, wel vaker afkeurend over mijn hedonisme, had verklaard fan te zijn van alle seizoenen, ik een hekel te hebben aan de winter. Dat je zelf voor je geluk moet zorgen, dat krijg ik nog al eens mijn richting uit ge-live-laugh-love-zonnestraald. Vooral net nadat ik eindelijk de moed bijeen raap om te zeggen dat er niet veel van die moed meer over is. 

De donderwolk die ik ben wordt er alleen maar bewolkter van. Ik moet het doen, niet zij, niet mijn vrienden, niet mijn familie, niet mijn collega’s. Ik moet het doen, want ongelukkig zijn mag niet, of toch niet te lang. Ik moet het zelf doen, want ieder voor zich in zijn sinds corona koortsachtig dichtgewikkelde cocon. Individualisme is de plicht die alle individuen verbindt.

Sta ik daar dan tussen die cosy cocooners. Tussen de voegen gevallen van de koppelkoppen. Die eerste, eeuwige bijeenblijvers. Die laatste vrije vrienden, waarbij de test 2 streepjes en de samenstelling vanaf nu dus 3 streepjes geeft. Die brave buren, huis en kinderen moeten nog verdeeld, die deze meteen al met iemand nieuw delen. 

“Da’s wel … snel,” mompel ik. Al dan niet hoorbaar, want zo’n pril geluk wil enkel een proficiat horen. Stiekem trek ik een pruillip. “Ook die ben ik onherroepelijk kwijt,” doemdenk ik. Of toch de komende jaren, tot die volgende mijlpaal. Nee, niet de kinderen uit huis, maar de partner. Al volgt er dan dus sneller een nieuwe dan ik als gerodeerde datingapper kan swipen.

Uit conformisme? Uit wanhoop? Uit praktische overweging? Misschien ben ik te goed in alleen zijn, ook al voel ik me vooral te slecht in samen blijven. Misschien maak ik alles makkelijk te moeilijk. Misschien moet ik me een intens taterend kind laten installeren door de interesse tonende ketelinstallateur, als mijn persoonlijke god uit een machine. Handige handen die wat warmte voorzien. Wat wil een mens nog meer? 

Veel. Veel te veel. Veel te veeleisend. Mijn keuzestress kiest dan maar niets. Is het wel een luxeprobleem, als alle opties ongewenst zijn? Zijn, is dat gelijk aan de pijn van een puinhoop, en je er toch in storten? Stilstaan en vanop de zijlijn gadeslaan hoe iedereen rondrent, is dat niet slimmer? Minder blessures maar meer fantoompijn. 

Een wolkbreuk breek ik er me over, tot de zon een doorbraak forceert, ik glim van de zwetende zonnecrème en ruik als de hete terrastegels waar ik tussen glijd. Brengt mij nog het dichtst bij mijn definitie van geluk: mooi mijmeren over minder mooi ongeluk. Er iets uit creëren waar een andere eenzaat wat aan heeft. Liever kunst dan een kind op de wereld zetten. ’t Mooi weer, dat moet ik zelf maken.

Deze blogpost werd opgenomen in de Vangst van Aanlegplaats.

Een gedachte over “Maak maar dat je zelf ‘t mooi weer maakt

Reacties zijn gesloten.