- Het beste plan is geen plan. “Gewoon eens de sfeer opsnuiven” (en niks anders). Een gezonde start gepakt. Proactief voor de decadentie die proefondervindelijk komt. Ik probeer twee maaltijden binnen te hebben voor ik de deur buiten ga. Een goeie fond is de basis voor een nacht die goed pakt.
- Die nieuwe vriendin die enkel aan die ene voedselvoorziening per dag raakt (en enkel die ene door mij verworpen match aanraakt) introduceert me rond de van ‘t volk ontplofte kiosk tot haar twee vrienden. Ik solliciteer spontaan om bij hen thuis te komen eten. Eén ervan beweert CEO te zijn. “CEO van hespenrollekes in de oven, ja!” repliceert mijn te grote muil tegen, zo blijkt later op LinkedIn, de ex-baas van die manager in mijn familie.
- We blijven plakken, hoe hardnekkig de crew het plein ook plakvrij wil vegen. “De vloer is lava!” roep ik, de trappen zijn veilig. De twee vips daar in de hoogte doen vlot maar verwaand. Of ik geen plaatje wil opnemen. Of mijn jeugdvriend geen modellenfoto met een kotelet wil tonen. Of we tenslotte toch het terrein willen verlaten. Afzakken naar de markt waar alle ranzigheid samenstroomt.
- Of het mijn eerste keer is, vraagt ze even lief als naïef. De hare wel. Twintig is dit meisje, evenveel jaren als ik al op mijn teller heb op dit tiendaagse feest in deze topstad. Mijn thuis bij gebrek aan thuis, mijn prettig gestoorde creatieve confetti, mijn utopisch eiland in dit rare land. “Mijn eerste keer zonder alcohol of schoenen” (wegens allebei te warm), dat wel.
Of ik nog even bij haar wil blijven. Moederlijk sleur ik haar mee in dit openluchtoord van verderf. Een veilige haven om van uit te varen, vanonder mijn rok en miniem topje dat blijkbaar ook deze generatie bevalt.
Of ik een vriendje heb. Ze vertrouwt me toe dat ze nog nooit een jongen heeft gefikst. Ik kan er niet bij. Toen ik haar leeftijd en looks had fikste ik mezelf met bijna dagelijkse devotie wat ik wou, van een mooie Mexicaan tot ander dansbaars met een M. Wanneer de te jonge jongen met te glad golvend haar die ik voor mijn flirtster in opleiding heb gespot nog eerder mij in het vizier heeft, geef ik het op. Die twee punt nul. Te braaf, te lang te cruciale jaren in coronatijden versleten.
- Twerken willen zij wel van me leren, dat kersverse koppel dat me opvalt op de houten plankenvloer. Ze vinden het niet te vroeg om te vragen naar mijn angsten, maar wel om onze gezamenlijk gesmede misdaadcarrière (“Meedoen of vermoord worden nu je ‘t weet”) onder de muilenboom te beklinken.
Ik vind het al behoorlijk laat. Of, volgens die scherpe maat, wijzend op mijn polsbandje van Bataknar-formaat: ik zie eruit alsof ik net gereanimeerd werd in ‘t ziekenhuis. Niet zo ver van de waarheid. Dan toch mijn favoriete bruine longdrink om me op de been te houden. Want op één kan je niet staan. Alles voor de balans.
- “Blijven jullie glittersnorren wel intact als jullie met elkaar zouden muilen?” Twee twintigers waar ik tegenaan klets aan de wieg van de feesten bewijzen het graag. Ik besluit te delen in de glitter en de tongen, maar niet in hun draaimolen aan drugs. Ze smaken lekker niet naar vanille, maar toch maar hun milkshake niet mee naar huis geslurpt. Meerdere sappen mengen lijkt me wijzer zonder toevoeging van poppers, pillen en poeders. De gezonde editie, zei ik al.
- Gezond en gegrond, dat is die ene dansbuddy. Al blijft ze wel heel hardnekkig op dezelfde plek, hoe druk het daar ook is. Het voordeel aan ter plekke trappelen is dat je alles rondom jou ziet bewegen, inclusief de maan (“Kijk, Kiki, kijk!”) die magisch het plein oversteekt. Wanneer de zon die verdringt en de whiskey in de koffie de rum in de cola, overtuig ik haar toch om ook met ons twee ‘t plein over te steken. Naar dat verzamelpunt voor kinky sterren, waar iedereen elkaar (en hun zonnebril tegen te wijde pupillen) tien jaar na datum terugvindt.
- Ik fladder van beker naar vreemde vogel, tot ik bij een potentieel prospect strand. “Chance dat je twee schone ogen hebt, want je geflirt trekt op geen hol.” Ik blijf er toch maar mooi staan, dat is waar. Lachen zelfs. Mijn nummer noteren op zijn arm. Voor elk cijfer een prangende, door hem te beantwoorden vraag.
- “Maken we mimosa’s?” Het is intiemer om koffiekoeken dan het bed te delen. Nog liever gezellig dan geil. Oude vlammen en nieuwe vrienden. Met iedereen even innig. Ik deel vergeving uit en krijg diepe geheimen in ruil. Dutjes proberen doen in de zetel. En zo beland ik toch tussen twee broederlijke boxershorts.
- “Niks gebeurd” (dat trio blijft op mijn to do), maar tegelijk zo veel. Mijn fiets staat er nog, net als ik. Scheef, net niet omvallend in de stralende middagzon. Met een onmetelijk moe beentje maar een onuitwisbare grijns op mijn onverslijtbaar stalen ros moet ik toegeven: Eentje is geentje. Twee is te weinig. Tien is te veel.
